Slumdog Millionaire, een film die met moeite de bioscoop haalde, scoorde vier Golden Globe Awards en tien Oscarnominaties. De film kreeg lovende kritieken in de VS. In India, waar het verhaal zich afspeelt, zijn de meningen verdeeld.
Slumdog Millionaire is door de Britse regisseur Danny Boyle gemaakt met een bescheiden budget van vijftien miljoen dollar. Het scenario is gebaseerd op de roman Q and A van de Indiase diplomaat Vikas Swarup.
In de film zijn vooral onervaren acteurs te zien, met uitzondering van enkele bekende Indiase filmsterren zoals Anil Kapoor en Irfan Khan. Het verhaal gaat over Jamal, een arme, jonge man uit de sloppenwijken van Mumbai. Hij belandt min of meer bij toeval in de populaire tv-show Who wants to be a millionaire? Wint hij of niet?
De film is opgenomen met een gemengde Britse en Indiase crew in Mumbai en kwam eind vorig jaar uit in de VS, nadat distributeur Warner Independent het project aanvankelijk afblies. Vorige week kwam Slumdog Millionaire uit in India en de reacties zijn verdeeld. Het is weinig verrassend dat de filmmuziek van A.R. Rahman unaniem lof krijgt. Bij de film zelf ligt dat anders. De Indiase superster Amithabh Bachchan toont op zijn weblog begrip voor Indiërs die vinden dat de film de situatie in hun land niet goed weerspiegelt en stelt dat de film, gebaseerd op een verhaal van een Indiër, alleen de Golden Globes won omdat hij gemaakt is door een westerse filmmaker.
Bachchans opmerkingen kregen veel aandacht van de media en bloggers. Just Jo schrijft dat hij Slumdog Millionaire niet heeft gezien, maar dat de sloppenwijken in de film een realiteit zijn in India:
“Hollywood toont al heel lang de slechte en trieste elementen uit de Amerikaanse samenleving. Moet de wereld na het bekijken van Hollywoodfilms concluderen dat Amerika een land is dat alleen bestaat uit criminelen, racisten, verkrachters, zwangere tieners, drugskoeriers en pedofielen? In feite wordt het medium film gebruikt om het kwaad aan de kaak te stellen (…) En jij windt je erover op als hetzelfde hier gebeurt.”
Bachchan wijdde na kritiek een nieuwe post aan de film, waarin hij zijn standpunt nader toelicht. Nandan Nilekani, medeoprichter van Infosys, India’s grootste it-dienstverleningsbedrijf, schrijft op zijn weblog dat films in India iets onthullen over de zeitgeist van generaties. Nilekani vergelijkt de Indiase films uit de jaren zeventig met Slumdog Millionaire en wijst op het verschil in wereldbeeld tussen de verschillende generaties.
“De film gaat in essentie over ambities en dromen die uitkomen. Deze ‘gewone man’, Jamal, is niet boos, zoals de Indiase mannen uit de jaren zeventig. Hij heeft hoop en doorzettingsvermogen. Hij is opstandig, maar ook trots op zijn afkomst, zelfs als de mensen hem een ‘slumdog’ (sloppenhond) noemen. Hij weet zelf wel beter: het doet er niet toe waar je vandaan komt, het gaat om waar je naartoe wilt.”
Maar wat vinden jonge Indiërs van de film? Vinden zij het een hoopvolle film over ambities en dromen die
uitkomen? Het lijkt erop dat niet iedereen de hoopvolle noot uit de film oppikt. PH schrijft op Desicritics dat Slumdog Millionaire hem niet echt aanspreekt. De film is volgens hem halfhartig, omdat hij enerzijds een sprookje wil zijn en anderzijds stedelijk armoede in beeld wil brengen. In beide opzichten is de film volgens hem mislukt.
De Amerikaans-Indiase Meera Sinha, die een jaar in India woont, schrijft op haar blog over de reacties van de bewoners van de sloppenwijken van Mumbai. Zij protesteerden tegen het gebruik van de term ‘slumdog’. Meera wijst echter ook op het debat dat de film heeft uitgelokt. “Dit soort gezonde kritiek op populaire cultuur helpt ons de relatie met de media en de manier waarop de media ons neerzetten, beter te begrijpen.”
Of mensen de film wel of niet waarderen, een feit is dat Slumdog Millionaire in India een gesprek op gang heeft gebracht over armoede, ondernemerschap en Indiase films. Hopelijk komt er iets vruchtbaars uit dat gesprek.
Trailer
De Indiase filmindustrie is voor het grootste deel gericht op de binnenlandse markt. Maar slechts enkele Bollywoodfilms zijn in deze markt winstgevend. Dat komt doordat de lagere sociale klassen nu ook vermogend genoeg blijken te zijn om de kabeltelevisie te kunnen betalen. Tengevolge van deze plotselinge ommekeer kreeg de bioscoop een grote klap toebedeeld. Bovendien zijn de productiekosten hoog door de prijs van de steracteurs, het decor en de kostuums. Daarom probeert Bollywood steeds meer opbrengsten via buitenlandse markten binnen te halen. Internationale uitstraling is belangrijker dan ooit.
In India zijn elke dag ruim 14 miljoen mensen getuige van een zoetsappige Indiase film. Het land is dan ook de grootste filmproducent ter wereld. De meeste Bollywoodfilms laten zich kenmerken door beladen emotie, door een mix van drama, comedy, zang, dans, heroisch geweld en romantiek. Op gebruikelijke wijze dient de film een happy end te hebben, want de Indiase film is er vooral om het publiek te doen ontsnappen aan de bittere en bizare realiteit van alledag . Men schroomt zelfs niet veel remakes te maken van bekende Hollywood films. Meestal zijn het geen letterlijke remakes, omdat de films worden aangepast aan de Indiase cultuur. De gemiddelde Bollywood film duurt zeker een uur of drie.
In India zijn Bollywoodfilms waanzinnig populair. Per dag gaan er vijftien miljoen mensen naar de bioscoop. Dat bestrijkt ongeveer zestien procent van de Indiase bevolking. De industrie produceert meer dan 1400 films per jaar. Dat maakt Bollywood tot de grootste filmindustrie ter wereld. Films als Dhoom baraber dhoom; Baabul ,Hum Aapke Hain Kaun, zijn echte kaskrakers. Indiers kennen het verhaal dat in elke film terugkomt, en gaan graag naar de film om te ontsnappen aan de harde levensomstandigheden en extreme armoede van het dagelijkse leven. Maar de filmindustrie betekent veel meer dan dat. Er is een hele mode-industrie geinspireerd op de filmact. Vooral jonge mensen willen dezelfde kleren dragen als de acteurs. De grote Bollywoodsterren zoals Abhishek Bachchan, Aishwarya Rai, Shah Rukh Khan en Hrithik Roshan moeten qua roem en verafgoding niet onderdoen voor hun collega’s in Hollywood. Van sommige Indiase filmsterren staat een wassenbeeld in Madame Tussaud’s in Londen. Aan de filmindustrie is ook de muziekverkoop gekoppeld: voor de film uitkomt, ligt de cd met filmmuziek al in de winkels. Aan de hand van het succes van de cd, schat de industrie het succes van de film in.
De noodlijdende Pakistaanse bioscoopsector herademt. Pakistan heeft een meer dan veertig jaar oud verbod op de vertoning van Indiase films opgeheven. De eerste prent, ‘Welcome’ van Firoz Nadiadwala, werd meteen een kassucces.
‘Welcome’, een traditioneel liefdesdrama van Firoz Nadiadwala met spectaculaire dansscènes en veel meezingers, kwam in december in India in omloop en deed daar alle zalen vollopen. Dat succes wordt nu herhaald in Pakistan. Sinds de film er op 8 februari in roulatie kwam, heeft hij de bioscoopuitbaters al 70 miljoen roepie (1,12 miljoen euro) opgeleverd.
“Dat is fantastisch nieuws”, reageert Hoori Noorani, een Pakistaanse uitgever en filmfan. “Dit kan een einde maken aan de massale sluiting van cinemazalen”. De Pakistaanse filmcriticus Aijaz Gul schat dat Pakistan nog amper tweehonderd bioscoopzalen heeft, tegenover zevenhonderd in 1977.
Het verbod om films uit India te vertonen heeft daar veel mee te maken. De superproducties uit Bollywood boeien een massapubliek in heel Zuid-Azië en grote delen van de Arabische wereld. Maar in Pakistan mochten de films sinds 1965 niet meer worden vertoond. Na twee grensoorlogen was India de grote vijand, en bovendien wilde de Pakistaanse regering de eigen filmindustrie beschermen.